Arbeidsvoorwaarden en rechtspositie
Inhoud pagina: Extra beloningen
- Toeslag of salarisverhoging
- Afspraken over extra belonen
- Bijzondere beloningen in 2010
- Bijzondere beloningen naar schaalniveau
- Bijzondere beloningen naar soort toeslag
- Eenmalige toeslagen gedaald
- Extra salarisverhoging
- Beloningen van de Topmanagementgroep
- Verlenging werkweek bij TMG
- Gemiddelde bijzondere beloning TMG
- Beloning boven ministersalaris
[bw]Toeslag of salarisverhoging
Bij het Rijk is extra beloning boven het reguliere salaris mogelijk in 2 vormen:
- Eenmalige of maandelijks terugkerende toeslag op het salaris (bijzondere beloning). De redenen voor toekenning kunnen divers zijn: arbeidsmarktoverwegingen, bijzondere prestaties, bijzondere functiekenmerken en andere overwegingen.
- Salarisverhoging met meer dan 1 periodiek. Dit kan alleen wanneer de persoon meer dan voldoende tot uitstekend heeft gefunctioneerd.
[bw]Afspraken over extra belonen
In het Sociaal Jaarverslag is tot nu toe alleen gerapporteerd over de toeslagen. Vanaf dit jaar doet BZK ook verslag van extra salarisverhogingen. Aanleiding hiervoor is het beleidskader dat de secretarissen-generaal in het najaar 2010 hebben aanvaard over extra beloning. Zij hebben afgesproken terughoudend te zijn bij het toekennen van beloningstoeslagen en tevens een gelijkmatiger verdeling ervan na te streven. Dit was de uitwerking van de beleidslijn zoals beschreven in een brief
aan de Tweede Kamer.
De belangrijkste afspraken van de secretarissen-generaal zijn:
- Eenmalige toeslagen worden aan maximaal 25% van de medewerkers toegekend.
- Zowel een eenmalige als periodieke toeslag bedraagt maximaal 1 maandsalaris.
- Ministeries rapporteren jaarlijks aan hun medezeggenschapsorganen over extra beloningen.
- Afwijking van de afspraken is mogelijk onder het beginsel ‘pas toe of leg uit’.
Het beleidskader voor extra beloning geldt voor 3 jaar. Reden daarvoor is dat soberheid in beloningen voor langere tijd noodzakelijk is. Het verslagjaar 2010 is een aanloopjaar.
Aandeel bijzondere beloningen (2010)

In 2010 kreeg 14,7% van de rijksambtenaren een bijzondere beloning (een eenmalige of periodieke toeslag). Voor 12,5% van de medewerkers waren dat eenmalige toeslagen. Dat is vergelijkbaar met 2009.
Bijzondere beloningen naar schaalniveau (2010)

In de grafiek met de bijzondere beloningen naar schaalniveau zijn de categorieën aangepast.
In 2009 werden de schalen 1-4, 5-9, 10-13, 14-16 en 17+ gehanteerd. Vanaf nu is de schaalverdeling als volgt: schaal 1-5, schaal 6-10, schaal 11-14 en schaal 15+. Deze indeling doet meer recht aan de getalsverhoudingen in het personeelsbestand van het Rijk. Ook sluit deze indeling beter aan bij de grens voor overwerkvergoeding (die toegekend kan worden tot en met schaal 10) en bij de afbakening van de hogere functies door de ministeries (vanaf schaal 15).
De bijzondere beloningen liggen per categorie op ongeveer hetzelfde niveau als in 2009, met uitzondering van de schalen 1-5. Daarin zijn relatief meer toeslagen toegekend. Wanneer we het aandeel bijzondere beloningen in de oude schaalcategorieën plaatsen, is die in schaal 1-4 gestegen en in de overige gedaald.[bw]
| Aantal toekenningen bijzondere beloning | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 |
|---|---|---|---|---|
| Eenmalige toeslag | 24.920 | 24.989 | 16.372 | 15.790 |
| Periodieke Toeslag | 4.752 | 5.276 | 4.104 | 3.277 |
| Overig | 800 | 1.002 | 160 | 217 |
| Totaal bijzondere beloning1 | 28.514 | 29.104 | 20.079 | 18.589 |
| Bedrag bijzondere beloning (x €1.000) | 46.189 | 48.860 | 36.391 | 33.851 |
| Gemiddeld bedrag per beloonde medewerker | 1.620 | 1.679 | 1.812 | 1.821 |
| Gemiddeld bedrag per arbeidsjaar | 407 | 428 | 316 | 299 |
1 Door samenloop kan het totaal minder zijn dan de som der delen
Bron: salarisadministraties
[bw]Eenmalige toeslagen gedaald
Het aandeel medewerkers dat in 2010 een bijzondere beloning in de vorm van een eenmalige toeslag ontving, is in de schalen 14-16 gedaald van 18,4% naar 16,2%. In de schalen 17 en hoger is dat aandeel gedaald van 19,1% naar 18,8%. Deze daling is een voortzetting van de trend in het jaar ervoor. De beleidslijn heeft in 2009 en 2010 geleid tot een gelijkmatiger verdeling.
[bw]Extra salarisverhoging
Naast toeslagen is extra beloning mogelijk in de vorm van extra salarisverhoging (meer dan 1 periodiek of periodiek in de volgende schaal). In 2010 waren de cijfers als volgt:
- 1,3% van de medewerkers kreeg meer dan 1 periodiek in de eigen schaal toegekend.
- 0,6% van de medewerkers kreeg een (extra) periodiek in de volgende schaal. Deze verhoging is mogelijk voor de mensen die op het maximum van de eigen schaal zitten.
[bw]Beloningen van de Topmanagementgroep
De beloning van de Topmanagementgroep (TMG) bestaat uit de vaste beloning (schaalsalaris, vakantie- en eindejaarsuitkering) en de bijzondere beloning. De vaste beloning is afhankelijk van de werktijd.
| 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Percentage TMG-leden | 59,3% | 70,1% | 73,2% | 76,5% | |
Bron: salarisadministraties
76,5% van de Topmanagementgroep maakt gebruik van de mogelijkheid om de arbeidsduur te verlengen; 47% heeft een verlenging tot 40 uur per week.
| gemiddeld in € | min | max | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2010 | 2010 | |
| Totaal | 15.517 | 15.716 | 14.588 | 13.692 | 1.176 | 46.595 |
Bron: salarisadminstraties
De gemiddelde bijzondere beloning is in 2010 voor het tweede achtereenvolgende jaar gedaald.
Een vijfde van de topmanagers kreeg een bijzondere beloning in de vorm van een eenmalige toeslag. Dit aandeel is ten opzichte van het jaar ervoor hetzelfde gebleven.
[bw]Beloning boven ministersalaris
Jaarlijks wordt in het kader van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (WOPT) gemeld hoeveel medewerkers een beloning ontvangen die uitstijgt boven het gemiddelde belastbare loon van de ministers. In 2010 is het gemiddelde belastbare jaarloon van de ministers vastgesteld op € 193.000. In 2010 hadden 17 leden van de Topmanagementgroep een beloning boven dit bedrag. Dit komt vanwege een langere arbeidsduur dan 36 uur en variabele inkomensbestanddelen.









