Arbeidsvoorwaarden en rechtspositie
Inhoud pagina: Sociaal Flankerend Beleid
In het algemeen is het van belang dat medewerkers zich oriënteren op hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Voor 2 categorieën medewerkers is het van belang om zich ook te oriënteren op mogelijkheden op korte termijn:
- Herplaatsingskandidaten. Van deze medewerkers is de functie in verband met een reorganisatie opgeheven.
- Medewerkers in fase 2 van een reorganisatieproces. Dit houdt in dat er zicht is op krimp in een functiegroep. Zonder maatregelen zal de reorganisatie leiden tot overtolligheid of gedwongen standplaatswijziging.
Met de bonden heeft het Rijk afspraken gemaakt over de begeleiding van werk naar werk van deze medewerkers. Deze zijn vastgelegd in het sociaal flankerend beleid. Rijksambtenaren die een loopbaanstap dienen te maken, kunnen gebruikmaken van voorzieningen uit het sociaal flankerend beleid. Enkele voorbeelden:
- loopbaanheroriëntatietrajecten
- begeleiding van medewerkers van werk naar werk
- ondersteuning bij het starten van een eigen bedrijf
De departementen hebben geïnvesteerd in mobiliteitsvoorzieningen waar medewerkers terecht kunnen met vragen en waar ze loopbaanondersteuning kunnen krijgen. Deze mobiliteitsondersteuning is dichtbij en erg toegankelijk voor managers en medewerkers. Een voorbeeld van zo'n voorziening van mobiliteit is er bij Rijkswaterstaat. Deze is heel succesvol in het begeleiden van medewerkers van werk naar werk, zowel bij herplaatsingen als ook bij vrijwillige mobiliteit. In 2010 zijn bij Rijkswaterstaat 335 mensen uitgestroomd vanuit hun huidige plek. Ook de andere grote uitvoeringsorganisaties, zoals Belastingdienst, DJI en IND, kennen zo’n eigen mobiliteitvoorziening. Daarnaast ondersteunt de Mobiliteitsorganisatie (EC-MO), onderdeel van de Werkmaatschappij, specifiek een aantal departementen. Ook biedt het producten aan die rijksbreed worden afgenomen, zoals trainingen.
Dat de mobiliteitscentra zo succesvol zijn in loopbaanoriëntatie en het begeleiden van werk naar werk, is onder andere zichtbaar in het feit dat er zo weinig herplaatsingskandidaten zijn. Eind 2010 hadden bij de ministeries slechts 246 werknemers de status van herplaatsingkandidaat. De gemiddelde herplaatsingduur was 17 maanden, maar daarbij is ook de tijd meegerekend waarin men tijdelijke werkzaamheden verricht. Veelal zijn medewerkers dus al begeleid naar ander werk voordat de status van herplaatsingskandidaat is bereikt.









